terug
Geslachtscellen en embryo’s
 

Geslachtscellen en embryo’s
Per 1 september 2002 is de Wet handelingen met geslachtscellen en embryo’s (Embryowet) van kracht. De Embryowet bepaalt dat onderzoek met (rest)embryo’s vooraf beoordeeld moet worden door de CCMO. Ook onderzoek met geslachtscellen die speciaal daarvoor ter beschikking moeten worden gebracht, moet voor een oordeel naar de CCMO.
Het ministerie van VWS heeft een handleiding opgesteld voor de praktijk bij de Embryowet.

    Evaluatie 2006: Embryowet werkt goed
    Uit de evaluatie blijkt dat de wet goed werkt. Wel komt naar voren dat de wet onvoldoende is toegesneden op wetenschappelijke ontwikkelingen. Uit het rapport blijkt dat de wetenschappelijk onderzoekers zich goed aan de wet houden en dat ook de praktijk in de Nederlandse IVF-centra redelijk goed spoort met de doelstellingen van de wet.

  • Zie: persbericht 9 maart 2006, Ministerie van VWS

  • Rapport evaluatie Embryowet januari 2006



Hoofdpunten Embryowet
De Embryowet verbiedt het kloneren van mensen, geslachtskeuze en het tot stand brengen van mens-diercombinaties. Ook verbiedt de wet om het erfelijke materiaal in de kern van geslachtscellen of embryo’s te wijzigen.

Geslachtscellen en embryo’s die niet langer voor de eigen zwangerschap worden gebruikt (bijvoorbeeld na IVF), mogen wel gebruikt worden voor:
  • donatie

  • het in kweek brengen van embryonale stamcellen

  • wetenschappelijk onderzoek
Degenen van wie de geslachtscellen afkomstig zijn of degenen voor wie het embryo oorspronkelijk bestemd was, moeten hier hun toestemming voor verlenen.

Voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek:
  • het moet zeker zijn dat de kennis die het onderzoek zal opleveren belangrijk is voor de geneeskunde

  • er mag geen alternatieve onderzoeksmethode zijn

  • de CCMO moet vooraf haar goedkeuring geven
De Embryowet verbiedt het genereren van embryo’s speciaal voor wetenschappelijk onderzoek.

Modelreglement
Aan instellingen waar buiten het lichaam embryo’s tot stand worden gebracht, legt de Embryowet de verplichting op een protocol vast te stellen betreffende handelingen met geslachtscellen en embryo’s (art 2).
Het ministerie van VWS heeft samen met partijen uit het veld hiertoe een modelreglement opgesteld.